A | A | A

Terug Home
 

  « column archief

Column

De benedenmaat

Vlak voor de jaarwisseling haalde de baas van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), Paul Schnabel, de voorpagina van Trouw met zijn oproep aan Nederland om voortaan wat optimistischer te zijn. Hij vindt dat Nederlanders nog veel kunnen leren van de Amerikanen. Die staan veel optimistischer in het leven en hebben een houding van ‘je kunt zelf dingen veranderen’. Zijn bureau, dat veel sociale feiten verzamelt, heeft begin december 2007 er voor gezorgd dat Schnabel een extra argument heeft voor zijn optimismepleidooi. Het SCP heeft namelijk een nieuwe maat ontwikkeld om de feiten rond armoede in kaart te brengen. En wat blijkt: de armoede is flink gedaald! Het SCP heeft zelf de dingen veranderd! Leve de Amerikaanse instelling.

In 1979 kon iemand met een bijstandsuitkering met moeite uit de armoede blijven. Tot nu toe was deze lage inkomensgrens de gangbare graadmeter om de omvang van de armoede te bepalen: iedereen die onder deze grens – gecorrigeerd voor inflatie – bleef, werd aangemerkt als arm. In 2005 gold dat voor 10% van alle huishoudens in Nederland (660.000 huishoudens: 1,3 miljoen personen). Deze aantallen dalen aanzienlijk als er op een andere manier wordt gemeten. Als alleen gekeken wordt naar het inkomen dat iemand als minimum nodig heeft voor voedsel, kleding, wonen, persoonlijke verzorging en waspoeder dan daalt het aantal arme huishoudens naar 3,7% (240.000 huishoudens; 561.000 personen). Dat wordt de basisbehoeften-maat genoemd. Als bij dat allerlaagste inkomensniveau iets bijgeteld wordt om een dagje uit te gaan, boeken uit de bibliotheek te halen, bij de voetbalclub te kunnen, een krant te lezen en een hond of kat te hebben, dan is 6,4% van de huishoudens arm (420.000 huishoudens; 934.000 personen). Die armoedemaat wordt aangemerkt als niet veel, maar toereikend.

De nieuwe armoedenormen zijn gebaseerd op de minimumbudgetten die het NIBUD (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting) hanteert: wat heeft een huishouden nodig om absoluut noodzakelijke uitgaven te kunnen betalen (het minimale pakket) en wat voor extra’s mag je daar nog aan toevoegen? Die extra’s wordt bij het NIBUD aangeduid als restpakketten. Ze geven aan wat een huishouden minimaal zou moeten kunnen doen. Het NIBUD kent drie restpakketten met minimale bedragen voor: recreatie, bieb, sportclub, krant (restpakket A) + krant en huisdier (restpakket B) + extra set kleding en roken (restpakket C). Let wel: het gaat steeds om zeer minimale bedragen! Als je alle drie de restpakketten bij het minimale pakket optelt, krijg je een armoedemaat die hoger is dan de gangbare graadmeter. Dus met die nieuwe maat zouden er meer arme huishoudens zijn dan 660.000 (10%).

De onderzoekers van het SCP, die zelf niet van dergelijke minimale bedragen hoeven en waarschijnlijk ook niet kunnen rondkomen, vinden dat restpakket C wel af kan vallen. Immers, roken is ongezond! Dat dit minimale rookbedrag ook kan staan voor het kunnen betalen van een andere ‘verslaving’, zoals een potje bier op zaterdag, een zakje chips, een rolletje drop, wordt gemakshalve vergeten. En ook die extra set kleding wordt als overbodig beschouwd.

Degenen die wél van deze zeer minimale bedragen rond moeten komen hebben daar een andere mening over. In 2002 heeft het NIBUD in opdracht van de Sociale Alliantie een onderzoek gedaan naar het minimaal noodzakelijke inkomen. “Een werkgroep van ervaringsdeskundigen uit de achterbannen van de Sociale Alliantie heeft aangegeven wat een huishouden met een minimuminkomen minimaal zou moeten kunnen doen. Uit de berekeningen van het NIBUD blijkt dat het sociaal minimum niet toereikend is om deze minimale uitgaven te doen; huishoudens die aangewezen zijn op het sociaal minimum komen maandelijks geld tekort.

Ook mensen met een minimuminkomen willen volwaardig burger zijn en actief deelnemen aan het maatschappelijke leven. Dat kan alleen als ze niet permanent in onzekerheid verkeren over hun materiële bestaansvoorwaarden. Daarom blijft de Sociale Alliantie bij overheden en politieke partijen aandringen op een fikse verhoging van het sociaal minimum. Het NIBUD-onderzoek naar de bestedingsmogelijkheden van huishoudens met een minimuminkomen toont nogmaals aan hoezeer zo’n verhoging nodig is.”

Het pleidooi om het sociaal minimum te verhogen is met de nieuwe armoedemaat van het SCP een stuk lastiger geworden. Het armoedeprobleem is meteen ook minder urgent. Het SCP weet dat ook. Het verdedigt zich met een merkwaardig argument tegen de kritiek dat het armoedeprobleem wordt ‘weggedefinieerd’. Over de 8000 mensen die gebruik maken van de voedselbanken is erg veel ophef, aldus het SCP, en 30 maal zoveel mensen zijn arm volgens de allerlaagste basisbehoeften-norm. Dus dank zij de benedenmaat – de benedenmaatse meting van de armoedeomvang – kunnen we dubbel optimistisch zijn: er zijn stukken minder armen én de politiek kan zich druk blijven maken omdat er nog genoeg armen over blijven!.


Raf Janssen
Helden, 13 januari 2008

Lees zelf hoe deze irritante manier om tegen de werkelijkheid aan te kijken resulteert in de nieuwste cijfers (volgens het SCP) over armoede in Nederland: de Armoedemonitor 2007
www.scp.nl/publicaties/boeken/9789037703375.shtml