A | A | A

Terug Home
 

  « column archief

Column

Burger worden, burger zijn, burger zien
“Je moet jezelf iedere dag realiseren dat jij morgen aan de andere kant van het loket kunt zitten”, zei Mat Masthoff, oud-directeur van de sociale dienst Amsterdam vorig jaar op het Divosa-congres. “Dat bewustzijn heb je nodig om de burgers die bij jou komen optimaal te helpen.”

Doen we dat? Werken wij en onze medewerkers iedere dag vanuit dat bewustzijn? Als wij - professionals, politici, wettenmakers, beleidsmakers - praten over de burger, dan bedoelen we meestal de mensen die zich melden bij onze loketten en in onze spreekkamers. We betrekken het burgerschap zelden op onszelf. Rechtsfilosofe en Volkskrant-columniste Marjolijn Februari verwoordde het tijdens datzelfde congres prachtig. “Iedereen lijkt zich te distantiëren van burgerschap. Maar de civil society bestaat niet uitsluitend uit patiënten of socialedienstcliënten. Burgerschap is ook van toepassing op de werknemers, de beleidsmakers, de professionals.”

Erken dat het jou ook kan overkomen, morgen al. Herken dat het jou ook kan overkomen. En bedenk hoe je dan geholpen zou willen worden. Zou jij de mallemolen van formulieren, wachten, wisselende contactpersonen, onbereikbare kinderopvang willen doorstaan? Zou het jou helpen om weer snel op eigen benen te staan? Wat zou je vanuit deze optiek willen veranderen als manager?

Op het congres vertelden bezoekers van de sociale dienst Leiden ons hoe ze dachten over zelfredzaamheid, over hun verwachtingen en de obstakels die ze in ‘onze’ labyrinten tegenkomen. Zij zijn de mensen op wie wij met onze wetten (WWB, WMO) in de hand het begrip burger loslaten. Tegelijkertijd zijn zij het die nauwelijks invloed op instanties als de onze hebben. En dus ook niks kunnen veranderen dat hun burgerzijn ten goede zou komen. Frank Vijg, oud-directeur van de sociale dienst Tilburg en nu baas van de thuiszorg Haaglanden reageerde als volgt op de filmpjes: “Ieder zit in zijn eigen waarheid, en het leidt tot iets dat ze niet willen.” De bezoekers van de sociale dienst Leiden willen niks liever dan uit hun moeras getrokken worden. Maar zien wij door de stapels papier de nood van onze klanten nog wel? Willen wij het verschil maken voor deze mensen?

Het woord passie viel veelvuldig. Zonder passie voor je eigen werk zul je het verschil niet weten te maken voor de burger. Daarvoor is het nodig om zelf burger te worden, burger te zijn, de burger te zien. Passie kan niet zonder compassie. De compassie om naast iemand te staan, met iemand mee te leven vanuit het besef dat jij dat zelf zou kunnen zijn, de burger die jouw hulp komt inroepen.

Hoe spreek je de burger aan die graag zelfredzaam wil worden? De beginstap is om bij jezelf na te gaan hoe zelfredzaam je zelf bent. Voor ons is onze wereld van de lokale sociale zekerheid een hele bekende. Met routine praten wij over onze ketenpartners, over referte-eisen, reïntegratie-trajecten, faseringen. Voor onze klanten is het abracadabra, een labyrint. Hebben we daar voldoende oog voor? Als we voortdurend bij onszelf nagaan hoe wijzelf kunnen verdwalen in andere bureaucratische, administratieve werelden, dan misschien wel. Femke Halsema, een professionele wettenmaker!, blijkt ook een belastingadviseur nodig te hebben, omdat zij haar weg niet meer zonder hulp weet te vinden in de wereld van belastingen en afwijkende kinderopvang die zij heeft gearrangeerd. Laten we ons voortdurend realiseren dat onzelfredzaamheid overal zit: bij beleidsmakers, bij wettenmakers, bij onszelf. Niet alleen bij onze klanten. Wees je bewust dat je eigen redzaamheid in een voor jouw onbekende wereld vaak uiterst beperkt is. Wat zou er moeten veranderen om jouw redzaamheid in die werelden te vergroten?

Marjolijn Februari verwoordde het treffend: ”We lijken slechts een bepaalde en beperkte groep mensen voor ogen te hebben als wij het over burgerschap hebben. En dat zijn nu juist de mensen die zo ongelooflijk weinig invloed op de instanties hebben. Er is iets wonderlijks gebeurd met het begrip burger sinds de oude Grieken. In het oude Griekenland was het begrip burger van toepassing op de elite; slaven en vrouwen behoorden er zeker niet toe. Nu eeuwen laten zijn het de slaven en vrouwen die we aanspreken op hun burgerzin, de elite acht het begrip niet op zichzelf van toepassing.”

Burgerschap voor iedereen, ook voor onszelf. Bewustzijn dat wij zelf de burger kunnen zijn die zich in jouw spreekkamer meldt voor een uitkering en voor hulp bij het vinden van een baan en het oplossen van problemen. En erkenning dat ook wijzelf verdwalen in administratieve werelden die niet de onze zijn. Als wij onszelf opstellen als burger, als klant van onze eigen dienst, dan zouden we onze organisaties wel eens drastisch willen vereenvoudigen. De klanten van verzekeraar Interpolis hoeven nooit meer een formulier in te vullen. Want Interpolis weet net als wij dat de formulierenbrij een van de grootste ergernissen is waar onze klanten tegenaan lopen. En een grote hindernis is voor onze medewerkers om de klant recht in de ogen te kijken. Waarom rennen wij niet allemaal naar Interpolis om de kunst af te kijken? Want alleen met de ogen van de burger ben je in staat om niet langer de organisatie en haar belangen voorop te stellen, maar de burger. Nu staat er vaak nog een ongelooflijk dikke muur van papier, regels, organisatie-efficiëntie tussen de professional en de burger, tussen de professional en de organisatie. Als we die muur weten te slechten, dan ontstaat een broedplaats voor echte sociale vernieuwing.

Tof Thissen
voorzitter Divosa