A | A | A

Terug Home
 

  « vorige column  |  volgende column »

Column

De aanpak van de armoede

Het Ministerie van SZW is bezig met de formulering van het Nationaal Actieplan ter bestrijding van armoede en bevordering van participatie 2006. Omdat het voortaan ingebed wordt in de Lissabonstrategie (de EU als de meest concurrerende economie van de wereld!) heet het nu Nationaal Strategisch Rapport Sociale Bescherming en Insluiting
De Sociale Alliantie heeft in een brief met als motto: ‘armoedebeleid als vernieuwing van de samenleving’ een groot aantal ideeën en voorstellen aangedragen. Tijdens een gesprek gaven vertegenwoordigers van het ministerie aan dat het een prima brief is, maar dat ze er toch niet veel uit zullen overnemen.

Dat komt omdat veel van onze ideeën en voorstellen helemaal niet passen bij het beleid van dit kabinet.

Eén van de grootste geschilpunten gaat over de hoogte van de minimum-uitkeringen. Het kabinet vindt dat die hoog genoeg zijn en wijst erop dat veel mensen onvoldoende gebruik maken van bestaande aanvullende regelingen. De Sociale Alliantie vindt al jaren dat de minimum-uitkeringen te laag zijn en dat aanvullende regelingen gereserveerd moeten blijven voor bijzondere situaties.

De adviseurs van het ministerie, het Sociaal Cultureel Planbureau en het Centraal Bureau voor de Statistiek, gingen in hun adviezen uit van twee inkomensgrenzen om de armoede in Nederlands te beschrijven: de lage-inkomensgrens en de beleidsmatige grens.
• De lage-inkomensgrens. Deze is gebaseerd op het inkomen dat in koopkracht vergelijkbaar is met het bijstandsniveau van een eenpersoonshuishouden in 1979. De lage-inkomensgrens is het meest geschikt voor vergelijkingen in de tijd tussen huishoudens.
• De beleidsmatige grens. Deze is gelijk aan 105 procent van de normen geldend in de Algemene bijstand, de Algemene kinderbijslag en bij 65-plussers de AOW. Dit is een grens om doelgroepen van het overheidsbeleid te bepalen.

Eind augustus 2006 publiceert het Sociaal Cultureel Planbureau de studie: ‘Naar een nieuwe armoedegrens. Basisbestedingen als een maatstaf voor een tekortschietend inkomen’. Daarin wordt erkend dat de beide inkomensgrenzen waarmee de armoede bepaald wordt voordelen hebben en ook nadelen. In de nieuwe studie wordt gekeken naar een alternatieve armoedegrens. Deze grens komt uit de Verenigde Staten en baseert zich op de gemiddelde bestedingen aan de meest noodzakelijke goederen: woning, kleding en voedsel. De studie analyseert de eigenschappen van deze armoedegrens. Uiteindelijk moet dit werkdocument leiden tot enkele aanbevelingen voor een nieuwe armoedegrens.

Voor de Sociale Alliantie is dit een interessant idee. Wij hebben het Nibud in 2002 een rapport laten maken over de bestedingsmogelijkheden van mensen met een minimuminkomen. In dat onderzoek is voor tien soorten huishoudens uitgerekend of de inkomsten op minimum-niveau voldoende zijn om de noodzakelijke uitgaven te dekken voor woning, kleding, voedsel, gezondheidszorg enzovoort. Toen bleek dat een groot aantal gezinnen maandelijks tot enkele honderden euro’s tekort komt.

Natuurlijk is 2002 al weer even geleden en sindsdien zijn er weer allerlei veranderingen doorgevoerd in de belastingen, de gezondheidszorg en de sociale zekerheid. Maar tijdens de kabinetten Balkenende kwamen zelfs mensen met een middeninkomen in de problemen. Misschien kunnen we dus nog één idee toevoegen aan alles wat er al in onze brief staat voor het NAP 2006. Leg naast de nieuwe studie van het Sociaal Cultureel Planbureau ook nog eens het rapport van de Sociale Alliantie over de bestedingsmogelijkheden van mensen met een minimuminkomen. Misschien is dit teveel gevraagd voor het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, maar kan het wel een goed advies zijn aan de politieke partijen die nu hun verkiezingsprogramma voorbereiden.

Jan Schrauwen
www.socialealliantie.nl